Derde jeugdthriller-in-wording & inzendingen nachtmerrie-wedstrijd

Facebooktwitterpinterestlinkedin

Het nieuwe jaar is net gestart en de bezem is door het huis gehaald. Een leeg hoofd en een opgeruimd digitaal bureaublad  (lees: alle icoontjes gerangschikt op soort) helpen me om mijn eigen nieuwjaarsduik te maken. Niet in zee, zo stoer was ik niet op 1 januari. Maar omdat mijn derde jeugdthriller-in-wording in mijn hoofd al geschreven is, sta ik te trappelen van ongeduld om na een propvolle decembermaand oogkleppen op te zetten en weer echte schrijfmeters te maken.

Er zijn auteurs die maar een of twee uur op een dag schrijven. Voor mij werkt dat niet goed. Na een uur schrijven raak ik op dreef en wil ik de geschreven tekst meteen scherper krijgen. Herschrijven, en nog een keer herschrijven. Net zo lang tot er geen overbodig woord meer in staat. Klopt de spanningsopbouw binnen het hoofdstuk? Zwabberen de dialogen niet te veel?

De dag erna loop ik er weer doorheen, als het ware met een vergrootglas. Ik struikel over zinnen die ik de dag ervoor schreef, zie dat sommige reacties van mijn hoofdpersoon Robin behoorlijk slap zijn. Alsnog laat ik Robin zwoegen en balen. Een schoolleraar vernedert haar stelselmatig en ze wordt steeds razender. Tot ze overkookt van woede. Ik lees hardop de aanpassingen aan mezelf voor en begin aan het volgende hoofdstuk. Zeiknat van de regen raakt ze in het bos de weg kwijt. Ik probeer net vanuit de ogen van Robin naar het bospad te kijken, en ik probeer te denken zoals zij… ‘Waar ben ik, waar is mijn kompas, doet mijn mobieltje het? Wat schiet daar weg achter die boom?’ …als ik achter me iemand hoor roepen. ‘Mama, wat eten we?’ Even omschakelen.

‘S avonds laat duik ik weer achter mijn laptop. Het is winter, onder mijn voeten ligt een warme kruik. Iemand vertelde me dat er snowboots zijn met electrische kacheltjes erin. Ik zag toen een hele skihut in die wollige laarzen voor me. Over beelden gesproken, ik heb prachtig beschreven nachtmerries via mail gekregen van jongens en meiden die meedoen aan de nachtmerrie-wedstrijd. Deze wedstrijd schreef ik vorig jaar uit. Hij stond vermeld in mijn tweede jeugdthriller VAL.

Ook Plot26, een lesmethode Nederlands, maakte in haar nieuwsbrief melding van de nachtmerrie-wedstrijd en docente Nederlands Caroline Wisse-Weldam ontwikkelde er zelfs een les over. Leerkrachten gingen enthousiast met hun leerlingen aan de slag en de resultaten zijn geweldig. Wat een mooi uitgewerkte nachtmerries!

Binnen nu en een paar weken kies ik er een uit die ik zal gebruiken in mijn nieuwste jeugdthriller. De winnaar komt met naam in het colofon en krijgt mijn boek.

Ik ken niemand van de deelnemers, maar ik ben erg trots op ze. Schrijvers in de dop…

Het wordt nog lastig om de nachtmerrie te kiezen die ik het beste kan gebruiken voor dit verhaal. Sommige zijn tot in detail griezelig, andere subtiel, maar prachtig beschreven. Er is er een bij die las als een gedicht.

Je zou het misschien niet zeggen over nachtmerries, maar het lezen van de inzendingen ontroerde me. Ik zag hoeveel aandacht de jongens en meiden hadden besteed om iets heel spannends te schrijven, om er iets moois van te maken en om hun diepste angsten op te schrijven, treffend en creatief… Het is niet niks om je angsten op te schrijven, laat staan een verhaal te schrijven dat gelezen wordt door anderen. Gelezen door iemand die ze niet kennen. Het liefst had ik meerdere ingezonden nachtmerries gebruikt in dit verhaal, maar hoofdpersoon Robin heeft het al moeilijk genoeg. En ze moet door, ze heeft haast, ze heeft nauwelijks tijd om in slaap te vallen.

 

Weltrusten.